Gangbare testmethodieken 'hechting'

Het meten van een hechting betreft in alle gevallen een zogenaamde destructieve test. Dit  betekent dat schade wordt toegebracht aan de conservering. Om die reden worden hechtingtesten dan ook vaak  uitgevoerd op referentieplaten. Dit zijn platen die in het conserveringsproces worden meebehandeld en daarom dezelfde behandeling hebben ondergaan onder dezelfde condities.  Er zijn verschillende testmethodieken die worden toegepast. Allereerst zijn er de zogenaamde snijtesten volgens ISO 2409 of ASTM D 3359. Bij deze testen worden insnijdingen gemaakt in de ondergrond volgens een overeengekomen patroon. Met tape worden getracht om de ingesneden coating te verwijderen. De mate van verwijdering is maat voor de hechting en wordt bepaald aan de hand van een vergelijkingsschaal uit de betreffende norm. Daarnaast zijn er de zogenaamde Pull-off testen. Deze testen kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig ASTM D 4541 of  ISO 4624. Bij deze testen wordt vooraf een zogenaamde dolly op het te testen oppervlak gelijmd met een oplosmiddelvrije epoxy lijm. Na doorharding van de lijm, wordt de dolly verwijderd met een mechanisch of hydraulisch trekapparaat. Hierbij wordt gemeten hoeveel kracht nodig was om de dolly te verwijderen of er wordt tot een vooraf overeengekomen kracht getrokken. Naast de vastgestelde kracht vindt ook een beoordeling plaats van het breukvlak waarbij de omvang en de locatie van alle adhesieve en cohesieve breuken wordt vastgesteld.