Blaarvorming

Blaarvorming in verfsystemen kan meerdere oorzaken hebben. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van oplosmiddelinsluiting, hetgeen het gevolg kan zijn van (te) hoge verflaagdikte, te veel verdunner toegevoegd, verkeerde verdunner toegevoegd of een combinatie van factoren. DCC is in staat om met behulp van GLC-techniek vast te stellen of en in hoeverre, er sprake is van een verkeerde (hoeveelheid) verdunning.

In geval van blaarvorming in onderwatertoepassing van verfsystemen onder kathodische bescherming, kan sprake zijn van zogenaamd “kathodische onthechting”. De verflaag wordt van de ondergrond afgedrukt door het ontstaan van hydroxylgas of waterstofgas aan de oppervlakte van het staal en onder de verflaag als gevolg van een te hoog spanningspotentiaal tussen de anode van het KB systeem en de stalen ondergrond.  Door de pH van het blaarvocht te bepalen, kan vastgesteld worden of er mogelijk sprake is van kathodische onthechting. Indien dit het geval lijkt, kan tevens het potentiaal van het KB-systeem worden bepaald ter verificatie van het vermoeden dat is verkregen door de pH meting.