Detectie van walshuid

Walshuid is een blauw/zwarte oxidatievorm welke ontstaat bij productie van nieuw warm gewalst staal. Walshuid heeft een laagdikte welke doorgaans varieert van 50 tot 500 micrometer, afhankelijk van de walscondities van het staal. Indien walshuid niet volledig wordt verwijderd en dus wordt overgeschilderd met een conserveringssysteem, zal na verloop van een aantal jaren (afhankelijk van expositieklimaat) hevige corrosie ontstaan onder het verfsysteem. De reden hiervoor is dat walshuid zich kathodisch gedraagt ten opzichte van staal. Vanaf het moment dat fracties vocht dermate diep in de coating dringen dat de walshuid bereikt wordt, ontstaat een corrosiecel.

Het komt regelmatig voor dat straal/conserveringsbedrijven nieuw staal met shotstraalmachines stralen. Puur shot (ronde balletjes) als straalmiddel is niet altijd even effectief om walshuid afdoende te verwijderen. (Staal)shot heeft geen snijdend effect op de ondergrond en de verwijdering van walshuis en corrosie is daarom afhankelijk van het "hamerende" effect van het straalmiddel (kinetische energie). Het praktische probleem hierbij is dat de normen die worden gehanteerd voor de beoordeling van de reinheidsgraad van gestraald staal, visueel zijn. Hierdoor kunnen er situaties ontstaan waarbij walshuid niet meer als zodanig kan worden herkend.  Ervaringen met diverse grote projecten hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat achtergebleven walshuid een veelvoorkomende oorzaak is van vroegtijdig falen van conserveringssystemen. DCC kan de aanwezigheid van walshuid aantonen door toepassing van diverse technieken zoals visueel onderzoek, bepaling van ferro-magnetisme alsmede laboratoriumonderzoek (SEM/EDS techniek). Verder kan DCC door middel van eenvoudige veldproeven, een zogenaamde kopersulfaat-test (volgens ASTM A-380), conserveringsbedrijven onafhankelijk helpen bij het periodiek controleren van machinaal gestraalde ondergronden teneinde vast te stellen of walshuid afdoende is verwijderd.